| |

Geschiedenis: Levenswijze
In het
Pays d'Arlon en het groothertogdom Luxemburg wordt de Gaume "Gutland"
genoemd. Al in het Neolithicum had men begrepen dat dit het "goede
land" was, een streek met een innemende zachtheid in de groene
heuvels, maar ook in de bodem. De Gaumse bodem is een mergelhoudende
mengeling van klei en kalksteen. En mergel is van nature uit bijzonder
vruchtbaar. Gedurende verschillende eeuwen leefden de inwoners
van de Gaume uitsluitend van hun land: heel wat dorpsbewoners
waren inderdaad in de landbouw actief. Graangewassen werden proefondervindelijk
geteeld, stevige rossen trokken de ploegen, en op straat kakelden
kippen er heftig op los. Dat bracht sommigen ertoe te zeggen dat
het dorp eigenlijk een groot erf was.
Maar de bodem gaf ook aanleiding tot het ontstaan van de staalindustrie.
Wie vandaag de pittoreske en romantische ruïnes van weleer
ziet, vindt het waarschijnlijk moeilijk om zich in te beelden
dat de Gaume ooit een intensieve industriële activiteit had.
Toch getuigen enkele trotse fabrieken en industriegebouwen ook
vandaag nog van de rijkdom en macht van de eigenaars van de hoogovens.
Als
getuigen van het ware leven hier maken de Gaumse huizen deel uit
van ons historisch erfgoed. Terwijl de traditionele woningen de
levensstijlen van weleer weerspiegelen, drukt het typische silhouet
van de dorpen, waarin onze cultuur is verankerd, zijn stempel
op de zachte glooiingen van het landschap. In de Gaume werden
de hoofdzakelijk landelijke woningen lange tijd met stro bedekt.
Later werden ook natuurleien gebruikt. In het uiterste zuidwesten
de kleine Provence, zoals deze streek ook wel genoemd wordt
vormen Romeinse pannen het overheersende dakbedekkingsmateriaal.
De gevels werden eertijds met een uit zand en kalk samengestelde
laag bedekt. Afhankelijk van de hoeveelheid kalk die bij het geel-
tot roodkleurige zand werd gevoegd, werden oker, beige of melkachtig
blauwe tinten verkregen.
Het hoofdgebouw, met daarnaast de stal en de schuur, grenst telkens
aan het volgende huis, waardoor een lang "straatdorp"
tot stand komt. Voor het huis bevindt zich een grote open ruimte,
het usoir. Terwijl men daar vroeger de mesthoop, de voorraad brandhout,
de karren en de bank voor zondagen of zomeravonden vond, ligt
er vandaag een gazon en worden er bloemen gekweekt in potten of
in volle grond. Maar de bank staat er nog altijd, want in de Gaume
zijn de buren altijd welkom
Wie
goed kijkt, ziet in de Gaume een kostbare mengeling van natuur
en geschiedenis. Zo omvat deze regio, ooit het lievelingsoord
van landsheren en grootgrondbezitters, talrijke archeologische
schatten, waarvan sommige teruggaan tot de Romeinse tijd. Jammer
genoeg werden deze getuigen van een rijke cultuur maar al te vaak
ernstig toegetakeld door revolutionair wangebruik
Maar is
het niet liefelijk om te dagdromen van vleiende landjonkers op
feestmalen, die deze goudkleurige muren tot leven brachten, of
indrukwekkend om zich het tumult in te beelden van de gevechten,
die diezelfde muren dodelijk deden wankelen?
Tekst van Julien de Remont
>>
De Gaume historisch - Levenswijze
|



|