| |
 
Cultuur:
Literatuur
Hoewel
ook erg rijk, is de literaire productie toch minder overvloedig
dan die van de beeldende kunsten (vooral omdat wij auteurs van
een enkel boek of nog levende auteurs die blijkbaar niet meer
schrijven, niet meerekenen).
De reeds
eerder vermelde Nestor
Outer
liet niet alleen souvenirs na van zijn reizen (Une croisière
en Méditerranée), maar ook sprookjes en verschillende
verhalen die in het begin van de eeuw in plaatselijke kranten
van Virton werden gepubliceerd. Edouard Ned (abt Glouden) schreef
historisch geïnspireerde romans.
Erg
overvloedig en divers is het werk van Pierre Nothomb (1887-1966),
die zowel poëet, historicus en politiek schrijver als romanschrijver
(Morménil) was. Ook het oeuvre van Adrien de Prémorel
(1899-1968) telt heel wat werken, die hoofdzakelijk aan de natuur
zijn gewijd: onze Genevoix, zei men wel eens (Cinq histoires de
bêtes pour mes cinq fils). De Poèmes paysans van
Francis André tonen duidelijk aan waar deze dichter en
romanschrijver zijn inspiratie vandaan haalde. Zijn zoon René
wijdde een biografie in romanvorm aan hem en publiceerde ook werken
waarvoor hij inspiratie vond in Congo, waar hij een aantal jaren
van zijn leven had doorgebracht. Ook zijn echtgenote, Evelyne
Adam, schreef sprookjes en romans.
Na de
Tweede Wereldoorlog zorgde La Dryade voor een literaire heropleving.
Dit tijdschrift van Georges Bouillon, zelf kroniekschrijver, essayist
(literatuur, schilderkunst) en vormingswerker, werd in 1997 opgevolgd
door Pollen d'azur, onder leiding van Georges Jacquemin, essayist
(Marguerite Yourcenar) en verteller. Ook Traversées van
Patrice Breno is een vermelding waard.
Drie
romanschrijvers overheersen de literaire strekking: Jean Mergeai
(1927), met de drie delen van Le schiste et la marne, die een
duidelijk beeld schetsen van de traditionele Ardennen en Gaume,
Claude Raucy (1939), voor het overige ook dichter en toneelschrijver,
en Frank Andriat, een Brussels schrijver die zich in de Gaume
heeft gevestigd. Het overigens uitgebreide werk van die twee laatste
auteurs richt zich trouwens in het bijzonder tot adolescenten,
met Comero van Raucy, en La remplaçante van Andriat.
De eerder
genoemde Fernand Tomasi publiceerde gedichten en romans (L'oeil
du crapaud), die vrij op zijn eigen biografie waren geïnspireerd,
terwijl Marguerite Brouhon (ook eerder genoemd) verschillende
gedichtenbundels op haar naam zette, waarin haar gekwetste gevoeligheid
naar voren komt (Pain de coucou). Ook Jean-Luc Goffette (Eloge
pour une cuisine de province, La vie promise), die in Parijs is
gevestigd, waar hij voor Gallimard werkt, zorgt voor een dichterlijke
reputatie voor de Gaume. Heen en weer geslingerd tussen zijn bindingen
en de behoefte naar vrijheid, schetst hij een pathetisch traject,
gevoed door zijn eigen ervaringen.
Een
andere stijl vinden we in de reisverhalen van Yvon Sondag. Interessant
om weten, is dat journalist Jean-Pierre Monhonval zich onderscheidde
met een eerste boek over Etienne Lenoir, uitvinder van de ontploffingsmotor,
en een tweede over het lot van de Cellulose des Ardennes. Dominique
Zachary, eveneens journalist, boekte succes met La patrouille
des enfants juifs.
Ook
mannen waagden zich aan literatuur. Charles-Ferdinand Nothomb,
zoon van Pierre, behoort tot deze categorie, terwijl voormalig
minister Joseph Michel aan een Histoire de Virton en (onder andere)
een kroniekroman heeft meegewerkt. En dan is er ook Jean Culot,
auteur van een aan Ernest Bernardy gewijd essay: Les îles
où je demeure.
En dan
hebben we het nog niet over wetenschappelijke, pedagogische of
folkloristische werken (zoals de boeken van Constantin Chariot
of Yvan Baudson, auteur van een werk over zijn jeugd, en vader
van de schilder). Ook lieten we de schrijvers van Athus (Jean
Lebon, Arthur Praillet, Edmond Dune, Paul Mathieu) of Aarlen (André
Schmitz, Camille Bivier, Frédéric Kiesel, enz.)
buiten beschouwing.
Tekst van Georges
Jacquemin
>>
Cultuur - Schilderss
- Kunstgalerieën - Kerken
- Musea
|

"La Potion Magique" Georges Bouillon
|